Algemene informatie
De schnauzer is er in drie variëteiten
* dwergschnauzer in de kleuren peper en zout, zwart, zwart-zilver en wit
* middenslagschnauzer in de kleuren peper en zout en zwart
* riesenschnauzer in de kleuren peper en zout en zwart.
Waarbij de zwarte middenslagschnauzer toch wel mijn voorkeur heeft.
Historie
De middenslagschnauzer valt onder de FCI Standaard Nr. 182/D, Klassifikatie
Groep 2, Sektie1.
Het oorsprongsland is (Zuid) Duitsland en de schnauzer werd daar oorspronkelijk gebruikt als stalhond.
In de volksmond werd hij "Rattler" genoemd, omdat hij uitstekend in staat was ratten te vangen en te doden en zo de stallen vrij van ratten te houden.
Bij de oprichting van de PSK in 1895 werd hij geregistreerd als ruwharige Pinscher.
Om te begrijpen waarom die naam later in schnauzer gewijzigd werd, is alleen een blik in het gezicht van de schnauzer nodig, waarbij wellicht onnodig opgemerkt moet worden dat Schnauzer in het Duits "snor" betekent.
Verschijning
Het is een ruwharige, middelgrote, krachtige hond, die eerder gedrongen is dan slank met een vierkante bouw d.w.z. dat de schofthoogte ongeveer gelijk is aan de lengte van de romp.
De schofthoogte ligt tussen de 45 tot 50 cm en het gewicht tussen de 14 tot 20 kg .
Karakter
De schnauzer heeft een levendig temperament dat samengaat met een bedachtzame kalmte.
Karakteristiek is ook het goedaardige karakter, speelsheid en de spreekwoordelijke aanhankelijkheid aan zijn baas, hij is onomkoopbaar, waakzaam, zonder een kleffer te zijn.
Sterk ontwikkelde zintuigen, schranderheid, africhtings-geschikt, onverschrokkenheid, uithoudingsvermogen, alsmede weerstandsvermogen tegen slecht weer en ziekten geven de Schnauzer alle vereisten om een uitstekende gezins-, waak- en begeleidingshond te zijn, die ook gebruikshond-eigenschappen bezit.
De schnauzer is zeer geïnteresseerd in het huishoudelijk gebeuren, op het nieuwsgierige af. Hij weet binnen korte tijd de woorden voor het dagelijks gebruik en kan zich beledigd voelen als hij onterecht behandeld meent te worden en laat dit ook duidelijk merken.
Opvoeding
De schnauzer is een snelle en leergierige hond, die echter ook een behoorlijke portie eigenwijzigheid (sommigen noemen dit zelfstandigheid!) in zich heeft.
Bij de hondentraining van mijn middenslag schnauzer Vroni, resulteerde dit tijdens de hondentrainingen vaak in oefeningen 2 of 3 keer uitvoeren en vervolgens ongeïnteresseerd in de rondte kijken omdat zij vond dat ze het kunstje nu wel vaak genoeg had laten zien.
De schnauzer reageert het best op een eerlijke, consequente maar vooral ook afwisselende opvoeding.
Vacht
De vacht van de schnauzer is ruwharig en bestaat uit een onder- en bovenvacht waarbij de ondervacht wollig is en de bovenvacht hard.
De onderwol vormt de grootste bescherming tegen weersinvloeden en temperatuurschommelingen, maar deze moet wel regelmatig uitgedund te worden met een zogenaamd ontwolmesje.
De bovenvacht moet geplukt worden, d.w.z. dat de dode, rijpe haren eruit getrokken worden met behulp van een trimmesje.
De vacht moet dan wel plukrijp c.q. trimrijp zijn, dit is te controleren door een plukje haar tussen duim en wijsvinger te nemen en dit met een kort rukje, met de groeirichting mee, uit te trekken.
Als de vacht plukrijp is laat het haar gemakkelijk los en voelt de hond hier niets van.
In de meeste beschrijvingen en boeken over het trimmen wordt geadviseerd, dat er in principe 2 keer per jaar geplukt moet worden.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de vacht geen dagelijks onderhoud nodig heeft, zoals het kammen van de baard en wenkbrauwen en het haar aan de poten. Verder borstel ik de vacht ieder dag even door met een grove borstel.
Mijn ervaring leert, dat als je regelmatig de vacht ontwolt en de rijpe haren verwijdert, dit een betere conditie van de vacht bevordert en de vacht ziet er veel verzorgder uit.